Maak kennis met Camille Welie

1. Wat doe je beroepshalve? Wat is jouw functie?

Ik ben als universitair docent en docentenopleider verbonden aan de afdeling VU-NT2 van de Vrije Universiteit. Bij VU-NT2 coördineer ik de teams Professional en Research. Het team Professional verzorgt voornamelijk opleidingen en bijscholingen voor docenten NT2 in het volwassenenonderwijs en het voortgezet onderwijs (ISK/OKAN), maar we scholen bijvoorbeeld ook zaakvakdocenten in het regulier onderwijs bij over hoe om te gaan met de meertalige (NT2)- leerling. Het team Research doet praktijkgericht en toegepast wetenschappelijk onderzoek op het gebied van meertalige taalverwerving, taalvaardigheid en taaldidactiek. Daarnaast ben ik als onderzoeker verbonden aan het LeesbevorderingsLab waar ik me bezighoud met de onderzoekslijn meertalig lezen en lezen in een tweede taal. In mijn recente onderzoeken richt ik me op het lezen en bespreken van korte verhalen (literatuur) als middel om geïntegreerd te werken aan leesmotivatie, taalverwerving én burgerschapsvaardigheden.


2. Waarom vind je het belangrijk om je in te zetten voor de Raad?

Ik vind het belangrijk dat er beleid voor het Nederlands wordt gemaakt dat goed aansluit bij de huidige maatschappelijke, technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen. Ook vind ik het belangrijk dat beleid gestoeld is op een brede blik die verschillende problemen en oplossingen op een creatieve manier aan elkaar koppelt. Als NT2-specialist weet ik goed wat er speelt in het NT2-onderwijs, maar ik leg ook graag verbindingen met andere onderwijssectoren. Zo heb ik ideeën over hoe prangende maatschappelijk vraagstukken, zoals ontlezing, de omgang met AI/sociale media, meertaligheid en polarisatie aan elkaar verbonden kunnen worden. Die ideeën deel ik graag in de raad voor beleidsadvies. In algemene zin hoop ik mijn steentje bij te kunnen dragen aan beleid dat het Nederlands in al zijn varianten en dialecten versterkt. In mijn visie gaat die versterking van het Nederlands gepaard met een versterking van alle andere talen en dialecten die in Nederland gebezigd worden. Dit vraagt om een ruimhartige, open en inclusieve houding tegenover álle talen. In de raad wil ik me vooral inzetten voor beleid dat het NT2-onderwijs en -onderzoek versterkt. Het docentschap NT2 is een apart vak dat niet altijd als zodanig in beleid wordt erkend: er bestaat bijvoorbeeld geen onderwijsbevoegdheid NT2. Stevig investeren in het NT2-onderwijs is noodzakelijk om kansengelijkheid van meertalige leerders te bevorderen.


3. Waarom is het Nederlands belangrijk voor jou en voor de sector waarin je werkzaam bent?

In mijn ogen is beheersing van het Nederlands de sleutel tot volwaardige maatschappelijke participatie. Hoewel je het belang van het Nederlands zou kunnen betwijfelen voor sommige doelgroepen, bijvoorbeeld voor de expat die Engels op het werk spreekt en van wie de kinderen naar een internationale school gaan, is mijn indruk dat mensen zich pas echt thuisvoelen als ze zich de taal en cultuur van het land eigen maken. Hierin ligt ook een opdracht besloten: hoe kunnen we liefde en aandacht voor het Nederlands bevorderen voor doelgroepen die lastiger te bereiken zijn? In mijn visie werkt dit het beste als je niet alleen uitgaat van wat iemand nog kan leren, maar ook van wat iemand al geleerd heeft, kortom, door aansluiting te vinden bij diens culturele en talige bagage. Iets nieuws bijleren dus, in plaats van afleren.


4. Wat is voor jou het mooiste woord in het Nederlands en waarom?

Dat vind ik lastig kiezen. Ik vind veel Nederlandse woorden en uitdrukkingen prachtig en toen ik zelf nog veel lesgaf als docent NT2 vond ik het heerlijk om woorden die vanzelfsprekend tot mijn woordenschat (al een schat van een woord! 😊) behoorden door mijn leerlingen opnieuw te ontdekken en proeven in mijn rol als docent NT2. Als ik toch een woord moet kiezen, ga ik voor het woord sjevraoj, omdat met die keuze mijn waardering voor varianten van het Nederlands tot uiting komt. Een sjevraoj betekent in het Maastrichtse dialect (mijn moedertaal) een rilling, van ontroering. Het woord is waarschijnlijk ontstaan vanuit de Franse woorden chaud (warm) en frois (koud) en drukt precies dat warm-koude gevoel uit, die rilling over je rug, die gepaard gaat met ontroering. Dit woord illustreert voor mij uitstekend hoe talen elkaar beïnvloeden en nieuwe pareltjes van woorden kunnen opleveren.